1. De noodzaak om samen te werken

​De noodzaak om samen te werken, in de breedte komt voort uit een samenspel van belangen van mogelijke betrokkenen:

  • Voor de financiering van de schepen, is financiering door ‘de markt’  (van een bank of een particuliere geldverstrekker) de norm;

  • Echter, veel private geldverstrekkers zien investeren in varend erfgoed als risicovol. Zij vragen een hoge rente en rekenen op relatief korte aflossingsperiodes. Voor veel eigenaren is dit niet op te brengen. In jargon: de financieringsmarkt faalt. 

  • Andere sectoren, zoals bij de financiering van monumentale gebouwen en duurzame bedrijven blijkt het wel mogelijk te zijn passende financiering te realiseren. Geïnspireerd door deze voorbeelden is het idee ontstaan om een deel van het risico voor private investeerders weg te nemen, door de publieke sector garant te laten staan voor leningen. Dit kan leiden tot een lagere rente en betere aflossingsperiodes. 

  • Gemeenten en provincies met havens waar varend erfgoed ligt (of welke zij als bestemming aandoen), hebben een belang bij de aanwezigheid van deze schepen. De schepen bieden een 'decor', maken het cultureel erfgoed van de haven zichtbaar en leiden tot bestedingen van de gasten aan boord. Vaak is varend erfgoed een motor voor toerisme en de lokale economie. Kortom: belang genoeg voor havens om er voor te zorgen dat deze schepen blijven.

  • Echter, deze gemeenten hebben vaak zeer beperkte financiële middelen en lopen tegen de grenzen van staatssteun aan (als overheid mag je niet zomaar een bedrijf steunen). En, veel eigenaren van historische schepen zijn geen ondernemer, maar particulieren. En, er zijn vele andere partijen die óók om steun van de overheid vragen. Iedereen heeft het zwaar gehad. Niet iedereen kan geholpen worden. De vraag die ontstaat is waarom het varend erfgoed dan wel, en een andere partij dan niet? Elke sector heeft zijn eigen specifieke belangen. Lastig kiezen dus. Bovendien geldt: een schip dat in een bepaalde haven ligt, doet ook andere havens aan. Alle gemeenten profiteren van het komen en gaan van deze schepen. De vraag is dus hoe deze havens op een eerlijke manier kunnen samenwerken om het varend erfgoed te behouden en te versterken? Terwijl ondertussen rekening wordt gehouden met al die andere complexe belangen en opgaven? 

  • Het antwoord op deze complexiteit wijst uiteindelijk maar één kant op. Alleen door samen op te trekken, vanuit één visie, op basis van één set van samenhangende plannen, kunnen we overheden in positie brengen en de belangen van het varend erfgoed bedienen. 

2. De vloot is onderdeel van het maritiem erfgoed. En het maritiem erfgoed is een 'ecosysteem'.

Voor het versterken van het maritiem erfgoed kunnen we leren van de natuur. Lange tijd hebben ecologen gedacht dat dieren en hun omgeving zich min of meer los van elkaar ontwikkelen. Pas in 1935 introduceerde de Britse ecoloog Arthur Tansley het begrip ‘ecosysteem’. Hij ontdekte dat dieren, planten, schimmels en organismen samen een geïntegreerd geheel vormen met hun leefomgeving, dat elkaar in een dynamisch evenwicht houdt, samenwerkt en verstoringen gezamenlijk opvangt. De wetenschap van de ecologie werd vanaf dat moment de wetenschap van de ecosystemen (Schowalter, 2011).

Op eenzelfde manier kunnen we ook naar ons maritiem erfgoed kijken. Eigenaren van, en schippers op, historische schepen interacteren met elkaar en hun leefomgeving. Mensen varen met de boten mee, er is een hele toeristische economie rond deze schepen, schepen bezoeken havens, schippers en maten worden opgeleid, scheepswerven onderhouden de schepen en behouden de maritieme ambachten, ondernemers maken business cases en zoeken daar financiering voor en ga zo maar door. In andere woorden: schippers en ‘de sector’ vormen met elkaar een ecosysteem.

Het idee om het biologische concept van een ecosysteem te vertalen naar een ander domein is eerder gedaan. Daniel Isenberg zette deze benadering in 2021 in om de ontwikkeling van het bedrijfsleven beter te doorgronden: het entrepreneurial ecosystem laat zien dat ondernemers een ecosysteem vormen met hun economische omgeving. In 2017 onderzocht het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) via welke omgevingsfactoren overheden economische groei beleidsmatig kunnen stimuleren. Deze theorieën en gedachtegang vormen de basis voor onze benadering van het maritiem erfgoed als ecosysteem.

Het ecosysteem van het maritiem erfgoed kan gezien worden als een geheel van raderen die elkaar aanzwengelen en versterken, wat leidt tot sterkere, mooiere en effectief beschermde schepen, betere havens, krachtige toeristische economie, krachtige business cases en meer ‘talent’ dat in de sector wil werken.

 

3. Elementen van het ecosysteem

Voor het maritiem erfgoed onderscheiden we (vooralsnog) negen elementen die het ecosysteem vormen:

Eén verhaal. Het maritiem erfgoed bestaat uit een grote diversiteit aan schepen, havens, gebouwen en wateren. Allemaal hebben ze een eigen uniek verhaal. ​Deze uniciteit is van groot belang; elk object en elk verhaal maken onderdeel uit van onze maritieme geschiedenis en verdienen een plek in Nederland. Echter; er is momenteel niet één verhaal dat alle verhalen bij elkaar brengt. Er is één verhaal, één visie nodig waarop elk schip, elke locatie zichzelf kan baseren. Waardoor alle onderdelen samen een herkenbaar geheel vormen.

Ondernemerschap. Het (maatschappelijk / cultureel) ondernemerschap van schippers, reders, behoudsorganisaties en ketenpartners wordt gestimuleerd door structureel te investeren in een ondernemende cultuur en ondernemersvaardigheden. Hierdoor komen businessmodellen die passen bij de specifieke schepen tot wasdom en worden succesvol toegepast. 

Menselijk kapitaal. De toekomst van het maritiem erfgoed is in belangrijke mate afhankelijk van mensen die besluiten een deel van hun (professionele) leven in deze sector door te brengen. Zij dienen goed te worden opgeleid en begeleid naar kansen in de markt. Naast de ontwikkeling van de technische vaardigheden die bij een van de vele vakken in deze sector horen, (schipper, maat, touwslager, smid, scheepstimmerman/vrouw, zeilmaker, etc.) zijn ook de ontwikkeling van leiderschap en ondernemerschap centrale thema’s.  

Organisatiekracht. Elk object uit het maritiem erfgoed kent een eigenaar en een publiek. Elk staat voor de uitdaging een voor hem passende organisatie te vormen die er voor zorgt dat het betreffende object behouden blijft en voorbereid is op haar toekomst.     

Financiering. De financiering van het maritiem erfgoed is vanzelfsprekend een centraal punt in het behoud van het maritiem erfgoed. Er is behoefte aan financiering die aansluit bij de specifieke omstandigheden van de diverse deelverzamelingen waar het maritiem erfgoed uit bestaat.  

Kennisinfrastructuur. Toegankelijkheid van centraal beschikbare informatie is van groot belang voor alle partijen in de sector om met elkaar te werken aan een gemeenschappelijke visie, doel en plan.  

Fysieke infrastructuur. Het maritiem erfgoed neemt positie in de ruimte; er zijn havens, werven, ligplaatsen, vaargeulen (of juist niet), doorgangen in kanalen, rivieren, onder bruggen, in sluizen etc. In dit onderdeel van het ecosysteem gaat het erom te weten waar de kansen, bedreigingen, sterktes en zwaktes met betrekking tot de fysieke infrastructuur zitten en hoe deze wordt ontwikkeld. 

Wet- en Regelgeving. Drie wetten en drie ministeries (OCW, BiZa en I&W) spelen een belangrijke rol in het behoud en de ontwikkeling van het Nederlandse maritiem erfgoed. Dit betreft ten eerste de Erfgoedwet die gaat over cultureel erfgoed, waarin de positie van maritiem erfgoed momenteel niet goed is beschermd. Ten tweede de Omgevingswet, waarin cultureel erfgoed ruimtelijk wordt geregeld, waarin de positie van maritiem erfgoed onvoldoende is geborgd. Ten derde de Scheepvaartwet, waarin staat aan welke eisen schepen dienen te voldoen om te mogen varen, maar die vooralsnog nauwelijks mitigerende en compenserende maatregelen voor traditionele vaartuigen kent. 

Met steun van de Samenwerkende Maritieme Fondsen werken de Erfgoedkwartiermakers in opdracht van de BBZ aan een verkenning van de mogelijkheden voor wettelijke bescherming van maritiem erfgoed en in opdracht van de FVEN aan een voordracht voor de plaatsing van de ‘historische maritieme cultuur’ op de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. 

Netwerken. Samenwerken veronderstelt dat partijen elkaar kennen, elkaar vertrouwen en erin geloven dat door samenwerking grotere resultaten kunnen worden bereikt. Er wordt actief geïnvesteerd in de ontwikkeling van deze relaties door onder meer bijeenkomsten en kennisuitwisseling.

Samenwerking. De partijen die met elkaar het ecosysteem van het maritiem erfgoed vormen werken structureel met elkaar samen aan het behoud en de de versterking van de vloot op basis van een gemeenschappelijke visie en agenda. Het maritiem erfgoed bestaat uit een veelheid van partijen, die allen een belang hebben bij een goede toekomst voor het maritiem erfgoed. Om het maritiem erfgoed daadwerkelijk als éen geheel te kunnen laten optrekken dienen alle partijen zich (in mindere of meerdere mate) te herkennen in de visie, doelen en plannen van het cluster. Hiertoe is een continue dialoog met de sector over de ontwikkeling van de sector van belang. 

Het mag duidelijk zijn dat het opzetten van een samenwerking die bovenstaande onderwerpen afdekt een forse investering vergt die tijd en groeiend draagvlak nodig heeft. En, omdat financiering altijd het sluitstuk is in een aanpak, is het van belang dat het opzetten van samenwerking, één visie en één aanpak nu een belangrijke prioriteit is. Tot dat moment zal het lastig zijn om ‘nieuw geld’ beschikbaar te krijgen.